Gelijkgezinden trekken elkaar aan. Voor de meeste karakteristieken geldt de regel dat gelijkgezinden elkaar aantrekken. Zo heeft de psycholoog Theodore Newcomb zich afgevraagd of er enig verband was op het vlak van demografische kenmerken zoals leeftijd, ras, plattelands- of stedelijke afkomst, opvoeding, religie, enzovoort.

Newcomb onderzocht de relaties tussen de universiteitsstudenten en zag zijn veronderstelling bevestigd; de studenten schoten het best op met hun medestudenten die demografische gelijkenissen vertonen. Ook gelijke attitudes en waarden bevorderden de wederzijdse aantrekkingskracht. Stel dat je op een feestje een gesprek aangaat met iemand die je niet of amper kent. Naarmate het gesprek vordert, blijk je eenzelfde opinie te hebben over belangrijke thema's zoals de verdiensten van verschillende politici, de vrouwenemancipatie, de werkeloosheid, de multiculturele samenleving. In dat geval is de kans niet gering dat je een zekere sympathie voor elkaar hebt. Want het is nu eenmaal prettig te toeven in het gezelschap van gelijkgezinden.

Uit een klassieke studie van Byrne blijkt zelfs dat de relatie tussen beide variabelen rechtlijnig is. Hoe meer gelijke opinies en attitudes twee personen hebben, des te sterker ze zich tot elkaar aangetrokken voelen. Vooral gelijke attitudes ten aanzien van mensen uit onze directe omgeving spelen een cruciale rol bij het smeden van sociale banden. Een eenvoudig voorbeeld maakt dit duidelijk.

Stel dat Jan Tim aardig vindt, en iemand ontmoet die Tim kent, namelijk Paul. In dat geval zal Jan zich meer aangetrokken voelen tot Paul wanneer ook Paul Tim aardig vindt, dan wanneer dat niet het geval is. Of omgekeerd; Jan kan Tim niet uitstaan. Dan zal Jan zich aangetrokken voelen tot Paul, wanneer ook Paul een hekel heeft aan Tim. Dat is ook de reden dat we meestal sympathie hebben voor vrienden van vrienden en vijanden van vijanden.

Sociale psychologen dit het streven naar evenwichtige relaties. Een relatie is evenwichtig wanneer beide personen gelijke gedachten en gevoelens koesteren ten aanzien van een derde persoon. Waarom hebben we een voorkeur voor mensen met gelijke attitudes? Een van de redenen hiervoor is dat mensen die onze opinies delen, onze visie op de wereld bevestigen, ons het gevoel geven gelijk te hebben en zo ons zelfvertrouwen stimuleren.
Wanneer andere daarentegen een andere mening op nahouden, ervaren we dat als een bedreiging van onze zelfwaardering. Er is ook een tweede mogelijke verklaring. Als iemand tegengestelde opinies heeft over belangrijke thema's trekken we daar wellicht negatieve conclusies uit wat zijn of haar karakter betreft. Niet noodzakelijk omwille van onze behoefte aan bevestiging, maar omdat we nogal snel de stap maken van iemands opinie naar iemands persoonlijkheid. Als je bijvoorbeeld tegen de doodstraf bent en je ontmoet iemand die daar voorstander van is, zal je wellicht vinden dat die persoon wraakzuchtig en agressief is. Omgekeerd, wanneer je zelf voorstander bent van de doodstraf, kun je denken dat een tegenstander van de doodstraf een zachtgekookt eitje is en zich te tolerant opstelt tegenover misdaad. Als iemand er duidelijk andere opinies op nahoudt dan jijzelf, kun je opinies dus als een bewijs van onaantrekkelijke persoonlijkheidskenmerken beschouwen. Dat maakt dat je een afkeer van die persoon krijgt.

Een selectie in twee fasen. De psycholoog Rosenbaum heeft deze verklaring aangegrepen om te stellen dat we vrienden en partners niet zozeer op grond van gelijkheid en aantrekkelijkheid selecteren, maar op grond van ongelijkheid en afkeer.

Gelijke opinies, argumenteert hij, worden verwacht en dikwijls niet zelf opgemerkt, terwijl tegengestelde opinies de aandacht trekken en verrassen. Rosenbaum gelooft dat onze selectie van vrienden en partner vooral gebeurt door het vermijden van mensen die er sterk verschillende of tegengestelde opvattingen op nahouden. Of de attitude van diegenen met wie we wel contact onderhouden, in sterke of slecht in beperkte mate gelijk zijn aan onze attitudes, zou volgens hem niet zoveel uitmaken. De theorie van Rosenbaum hoeft het voorgaande theorie - die beweert dat de mate van gelijkheid in attitudes recht evenredig is met de mate van aantrekkingskracht- niet uit te sluiten.

Althans dat is de mening van Byrne. Hij heeft de beide theorieën in een twee- fasenmodel geïntegreerd. In een eerste fase vermijden we mensen die er tegenovergestelde opvattingen op na houden. Die vallen dus meteen af. In de tweede fase gaan we bij de mensen die overblijven verder selecteren op gelijkgezindheid. Mensen met wie we niet zo heel veel attitudes gemeen hebben, laten ons dan onverschillig. Diegene met wie we het roerend eens krijgen onze goedkeuring, onze sympathie en soms onze liefde.

Het hangt van je karakter af. Het onderzoek naar de vraag tot wie we ons aangetrokken voelen, heeft ook veel aandacht besteed aan de invloed van persoonlijkheidskenmerken. Aanvankelijk overheerste de overtuiging dat mensen met tegenovergestelde karaktereigenschappen elkaar aantrekken. Is het zo, vroeg socioloog Winch zich enkele decennia geleden af, dat wie verlegen is zich aangetrokken voelt tot een extravert, zelfverzekerd persoon, en wie veel praat zich aangetrokken voelt tot nogal een zwijgzaam medemens? Deze complementariteithypothese mag zeer plausibel klinken, het bewijsmateriaal ervoor op basis van systematisch onderzoek is niet bepaald overweldigend.

Het onderzoek heeft tot nu toe zeer uiteenlopende resultaten opgeleverd. Voor zover er een lijn in te ontdekken valt, concluderen de meeste psychologen dat het zelfs eerder zo is dat gelijke en niet tegenovergestelde persoonlijkheden elkaar aantrekken. Sommige studies wijzen bijvoorbeeld uit dat huwelijkspartners met een gelijke persoonlijkheid tevredener zijn over hun relatie dan partners die in dit opzicht van elkaar verschillen. Andere onderzoekers menen echter dat het gecompliceerde is en dat het van de persoonlijkheidseigenschap afhangt of er vaan een tendens tot gelijkheid of tegenstelling sprake is.

Bluhm, Widiger en Mile constateerde bijvoorbeeld dat, wat eigenschappen betreft die te maken hebben met overwicht, tegenpolen elkaar aantrekken. Dominante, competitieve en zelfverzekerde mensen voelen zich aangetrokken tot mensen die onderdanig, slaafs en afhankelijk zijn. Eigenschappen die iets zeggen over iemands gevoel ten aanzien van anderen daarentegen; mensen die warmhartig en vriendelijk zijn, voelen zich aangetrokken tot vriendelijke mensen. Een recente studie van Locke en Horowitz suggereert dat onze stemming een aanzienlijke rol kan spelen in wederzijdse aantrekkingskracht. Zij stelden vast dat partners met een gelijkwaardig stemmingsleven- beide aan de neerslachtig dan wel opgewekte kant- meer voldoening beleefden aan hun relatie dan partners die in dit opzicht sterk van elkaar verschilden.

Het gevoel afgewezen te worden waar depressieve soms mee kampen, lijkt dus vooral voor de niet-depressieve uit te gaan. Depressieve zelf hebben de neiging om lotgenoten aardig te vinden. Liefdes- en vriendschapsrelaties steunen wat de meeste karakteristieken betreft dus vooral op overeenkomsten en dus niet op tegenstellingen. Of zoals de engelsen zeggen;'Birds of a feather flock together."

polishturkeydanishslovenskochinesethaifrenchportuguesarabicromaniandutchgreekenglishgermanrussiannorwegianitalianspanishcroatianbosnianswedish